Dit verhaal gaat over Mark van de Snepscheut, één van de vele actieve verzetsstrijders in Oisterwijk. Mark was een echte Oisterwijker en werd geboren op 7 februari 1922 als zoon van schoenmaker Jos van de Snepscheut . Hij zou veel voor het verzet betekenen.

 

In 1936 werkte Mark bij sigarenfabriek de Huifkar. Bij het uitbreken van de oorlog was Mark werkzaam bij Schoenfabriek Puts, maar die fabriek werd stilgelegd in 1941 wegen gebrek aan materiaal. In juli 1942 trad hij in dienst bij Sabena van Jan Linthorst, een kleine zeepfabriek.

In die periode werd de zeepfabriek, waar toen 5-6 mensen werkten,  uitgebreid doordat ook producten zoals schoensmeer werden gemaakt. Jan Brunnekreef, een actieve verzetsstrijder, was de bedrijfsleider. In die periode werden er steeds meer mensen aangetrokken, in het bijzonder mensen die moesten onderduiken om “Arbeidseinsatz” te voorkomen of die uit Duitsland illegaal waren teruggekeerd. Vanwege de levering van schoensmeer aan het Duitse leger werden de werknemers vrijgesteld van van gedwongen tewerkstelling.

 

Mark was betrokken bij het regelen van valse papieren en bonkaarten voor de onderduikers. Dat ging in samenwerking met Gerard van der Linden, een ambtenaar op het stadhuis in Oisterwijk.  Vanwege deze praktijken sliep van de Snepscheut vanaf begin 1943 niet meer thuis, maar in een schuilplaats waar ook de illegale werknemers sliepen.  In die periode was van de Snepscheut ook verantwoordelijk voor het laboratorium, waar proeven werden gedaan voor de productie van brandbommen voor de groep van Bim van der Klei.

Jan Linthorst runde het bedrijf, samen met zijn neef Wim, maar zijn betrouwbaarheid werd in twijfel getrokken, omdat deze man de illegale werknemers soms dreigde aan te geven. Tijdens een gesprek met Bim van de Klei, van de Snepscheut en iemand van de Raad Van Verzet werd overwogen om hem uit te schakelen. Uiteindelijk lukt het Jan Linthorst om zijn neef uit het bedrijf te werken.

Vervolgens ontstond er een onaangename situatie toen Linthorst verplicht werd om een voorman van het nationale Arbeidersfront in dienst te nemen. Deze man, Kwanters genaamd, moest controle op de productie en personeel uitoefenen.  Mark van de Snepscheut lukte het om hem te betrappen op onregelmatigheden zodat hij kon worden ontslagen. Ook het groeiende verzetswerk van Linthorst en Brunnekreef en de steeds scherpere controle door de Duitsers baarde zorgen. Mark zag dat Jan Brunnekreef steeds vrijmoediger werd en maakte zich zorgen.

Ondertussen werd Van de Snepscheut steeds vaker betrokken in de illegale activiteiten, met name bij de pilotenhulp. Tientallen malen bracht hij piloten naar  de boerderij van o.a. Jan van Biljouw en op Balsoort op de Kampina. Ook het mede organiseren van oefeningen voor de groep van der Klei was een onderdeel, alsmede en overval op vakantieoord Morgenrood, waar o.a. dekens werden geroofd voor de onderduikers. Het was tenslotte de pilotenhulp, begin juni 1944, die leidde tot een catastrofe.

Mede omdat Brunnekreef te zwaar belast was had Mark van de Snepscheut het op handen zijnde pilotentransport ontraden. De Tilburgse verzetsvrouw Coba Pulskens, 3 piloten, Jan Brunnekreef, politieagent Harrie Aerts uit Eindhoven en vele anderen weren opgepakt. na het oppakken van Linthorst heeft Snepscheut nog snel belastend materiaal begraven en wapens naar van de Klei gebracht. Linthorst en Brunnekreef werden op 14 augustus gefusilleerd.

Saboena hield zowat op te bestaan en van de Snepscheut dook volledig onder en sloot zich aan bij de groep van de Klei die, bij het naderen van de geallieerden sterk werd uitgebreid.  Ze plegen een aantal aanslagen. Aangespoord door dit succes besluit de groep dit op 10 september nog een keer te herhalen. Op de lijn van Tilburg naar Den Bosch. Dat mislukt echter.

Op de terugweg worden ze door kapelaan Sleegers gewaarschuwd dat de boel verraden en het hoofdkwartier, cafe “De Oude Vos”, omsingeld is. “Maak dat jullie wegkomt”, zegt hij, en bang voor dat verraad duikt de groep, in z’n totaal, op deze 10e september onder. Dit moest mede gebeuren omdat men, rond 5 september, na de geslaagde aanslag op de trein, open geopereerd had en een ieder alom bekend was. Daarnaast kwamen de engelsen maar niet opdagen en de duitsers keerden weer terug.

In de nacht van dolle dinsdag -19 september 1944- pleegde van de Snepscheut, samen met anderen een aanslag op de spoorlijn, waardoor er een Duitse trein ontspoorde. Vanuit hun schuilplaats vonden nog diverse verzetsacties en vuurgevechten met de Duitsers plaats, waarbij verzetsman Cor Wortel het leven liet. De omstandigheden weren steeds slechter door het verslechterende weer, maar uiteindelijk kon de groep van 10 het onderaarde onderkomen verlaten, tijdens de bevrijding op 26 oktober 1944.

 

Van de Snepscheut werd, na de bevrijding,  als MP (Militaire Politie) toegevoegd aan de Staf Zuid van het Regiment Stoottroepen tot september 1946. Hij trouwde op 3 mei 1947 met Ida van Munster, met wie hij een zoon en vier dochters kreeg. Hij was actief in het katholieke jeugdwerk. Ook na de oorlog zou Van de Snepscheut zich idealistisch blijven inzetten voor een sociale en betere samenleving als actief vakbondsman. Hij kreeg het verzetsherdenkingskruis en tal van andere onderscheidingen toten met een persoonlijk dankbrief van Prins Bernhard. Ook droeg hij zijn kennis over, samen met Bim vd klei aan jongeren: Ad clip 69 tegen 4.00

Tot 1977 werkte hij bij Philips. Mark van de Snepscheut overleed te Eindhoven op 7 augustus 2004.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.