Alleen hun kinderen lukte het de nazi’s te ontvluchten

Rosenbaum

Ellie Deaner was een van de nabestaanden die op 12 maart jl. aanwezig was bij het leggen van 2 struikelstenen voor het huis in de Peperstraat nr. 18. Zij en een aantal andere familieleden waren vanuit Amerika en Engeland overgekomen om Otto Rosenbaum en Sarah Stephanie Vogel te gedenken. Want ook zij waren slachtoffer van de jodenvervolging.

Otto wordt in 1875 in Schwerin, Duitsland, geboren en is de oudste van 6 kinderen. Zijn vader, Salomon, is koopman. Otto volgt het Gymnasium, studeert later medicijnen, promoveert en vestigt zich in 1903 in zijn geboorteplaats als huisarts. 

In 1913 trouwt hij met de 6 jaar jongere Stephanie Vogel die voor haar opleiding lerares een jaar in Engeland en in Frankrijk heeft gewoond. Samen met hun 3 kinderen Herbert, Heinz en Gerda vormen ze een gelukkig gezin, al moest Otto als majoor-arts in het Duitse leger dienen tijdens de eerste wereldoorlog.

rosenbaum
Stephanie en Otto in 1938

De dreiging

Na die oorlog keert hij terug naar Schwerin om zijn praktijk weer op te pakken. Maar het leven is veranderd en na de machtsovername van de nationaalsocialisten wordt hij 1933 gedwongen zijn praktijk als schoolarts neer te leggen. Zijn privépraktijk kan hij tot 1938 nog voortzetten. In zijn district is hij dan de laatste nog actieve joodse arts. De sfeer wordt  grimmiger en, als een aantal van zijn patiënten hem plots negeren, groeit langzaam het idee om naar Amerika te verhuizen. Om zich goed voor te bereiden neemt Otto Engelse les voor medici. Een visum wordt aangevraagd maar dat blijkt niet eenvoudig. Er wordt geen vooruitgang geboekt en de situatie wordt steeds onveiliger. Ze  besluiten dan ook om alvast richting Nederland te reizen en van daaruit verder te kijken.

Welkom in Oisterwijk

Hun zoon Heinz is al in 1938 Duitsland ontvlucht en werkt inmiddels bij de leerfabriek in Oisterwijk. Eind augustus 1939 voegen zijn ouders zich bij hem, in het bezit van slechts twee kleine koffers en 10 dollar. Heinz schrijft later in zijn memoires hoe zijn ouders opgevangen en geholpen zijn door de plaatselijke bevolking. Een volledig ingericht huis werd voor hen geregeld. Tijdens hun verblijf in Oisterwijk wonen ze op verschillende adressen, onder andere op de Peperstraat 4 en als laatste Peperstraat 18.

De eindbestemming

Eind oktober 1942 worden Otto en Stephanie Rosenbaum door de Duitsers gedwongen Oisterwijk te verlaten en verplicht zich in Amsterdam te vestigen. Na een half jaar worden ze ook uit Amsterdam verdreven en gedeporteerd naar Westerbork. Na een verblijf van enkele weken worden ze op 13 juli 1943 op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibor. Zij gaan het noodlot tegemoet, want na een lange en vermoeiende reis worden ze, bij aankomst op 16 juli 1943 meteen door de Nazi’s vermoord. Voor Otto Rosenbaum en zijn vrouw Stephanie Vogel eindigt het leven in een vernietigingskamp in oost Polen. Otto is dan 68 jaar en Sarah Stephanie 57 jaar. De kinderen Heinz, Herbert en Gerda bereiken uiteindelijk, na allerlei omzwervingen en moeilijkheden, Amerika.

Meer informatie over het struikelstenenproject.

Rosenbaum
overlijdensbericht van het Rode kruis 7/16/1943